Het ontstaan van het IJsselmeer
De voormalige Zuiderzee wordt sinds de
voltooiing van de Afsluitdijk tussen Den
Oever (Noord-Holland) en Kornwerderzand
(Friesland) IJsselmeer genoemd.
Door die afsluiting werd de voorheen
gevaarlijke zeearm een binnenwater. In
1932 werd het laatste stroomgat in de 30
kilometer lange Afsluitdijk gesloten.
Tegelijkertijd werd op de Afsluitdijk een
autoweg aangelegd om de provincie
Friesland verkeerstechnisch beter te
ontsluiten. Er was ook nog een spoorlijn
over de Afsluitdijk gepland, maar die is
nooit gerealiseerd. Nu verbindt een
autosnelweg de plaatsen Kornwerderzand
en Den Oever. Om naar het Wad of
de Noordzee te komen moet de
'Stevinssluis' (Noord Holland) of 'Lorentz-sluis'
(Friesland) worden gepasseerd. Bij
de bouw van deze sluizen, zijn eveneens
vestingwerken (kazematten) ontstaan. De
bij deze verdedigingswerken van Kornwerderzand
gelegerde troepen was de laatste Nederlandse eenheid die zich in
het jaar 1940 aan de Duitsers heeft overgegeven. Omdat dit bouwwerk na de Tweede Wereldoorlog niet meer nodig
was, raakte het al snel in verval. Het is
aan een stichting en een groot aantal vrijwilligers
te danken dat deze vestingwerken
weer in hun oorspronkelijke staat konden worden teruggebracht. Onder de
naam 'Kazemattenmuseum' is het imposante
bouwwerk tien jaar geleden voor
het publiek opgesteld. De drijvende
kracht achter het project voor de drooglegging
van een deel van de Zuiderzee
was de bekende ingenieur Cornelis Lely.
Deze geniale geleerde was ook bij de zogenaamde Zuiderzeewet betrokken,
die al op 14 juni 1918 door het parlement
werd aangenomen.
Verhalen rondom de Zuiderzee
Voor de Afsluitdijk werd gebouwd, werden
de bewoners rondom deze zeearm
nog veel meer aan de grillen van de
natuur blootgesteld dan tegenwoordig.
De dijk heeft niet in de laatste plaats een
beschermende functie. Rondom de voormalige
Zuiderzee bestaan talrijke verhalen
over mensen en alles wat ze mee
hebben gemaakt. Een van deze verhalen
staat hieronder beschreven.
Overleven op een ijsschots
De strenge winter van 1849/1850 zorgde
voor veel ijs op de toenmalige Zuiderzee.
Dat had tot gevolg, dat de vele vissers
geruime tijd hun brood niet konden
verdienen. Daarom gingen in Durgerdam
vader Klaas Bording en zijn zonen Klaas
junior en Jacob met hun sleeën het ijs
op. Ze wilden gaan vissen en hadden
slechts een kan warme koffie, wat gedroogde
vis en roggebrood bij zich. Op
een geschikte plek hakten ze een gat in
het ijs en lieten een visnet in het water zakken. Door met stokken op het ijs te
slaan werden de vissen gelokt. De
vangst was die dag uitermate goed. Toen
het drietal weer naar Durgerdam terug
wilde keren, zag vader Bording dat het
ijs van het vasteland was losgeraakt. De
vissers dreven op een ijsschots de
Zuiderzee in. Daarbij begon het ook nog
mistig te worden en was er al gauw geen
land meer te zien. Zo'n veertien dagen
lang dreef het drietal op het water van de
Zuiderzee. Een week is er weliswaar een
reddingsboot op zoektocht gegaan,
maar de vissers werden niet gevonden.
Door toeval konden ze na veertien
dagen worden gered. Toch overleefde
alleen de jongste zoon Jacob dit drama.
Een fantastisch zeilgebied
Het IJsselmeer is tegenwoordig het
populairste zeilgebied van Nederland.
Toch moeten de gevaren van het
IJsselmeer niet worden onderschat en
de eigen vaardigheden niet worden
overschat. Wie toch een tocht op het
IJsselmeer wil gaan maken, moet het
gebied goed kennen en over veel ervaring
beschikken. De weersvoorspelling is
een belangrijke factor waarmee bij de planning van een tocht rekening
gehouden dient te worden, omdat de weersomstandigheden
snel kunnen veranderen,
wat vooral onervaren zeilers in grote
moeilijkheden zou kunnen brengen. Wie
niet helemaal zeker is, moet voordat hij
aan de tocht begint bij iemand die het
gebied goed kent, bijvoorbeeld een verhuurder
of een havenmeester, informeren
of het mogelijk is de tocht te gaan
maken. Vooral bij zwaar weer zijn de
steile en korte golven, die door de geringe
diepte van het IJsselmeer - de gemiddelde
waterdiepte is slechts 4 meter -ontstaan,
bijzonder gevaarlijk. De op het
IJsselmeer toegelaten huurjachten
beschikken meestal over een marifoon
en natuurlijk over de noodzakelijke
reddingsmiddelen. Met een jacht van
Top of Holland zit u altijd goed, want op die jachten is alles aanwezig wat
voor een veilige tocht op het IJsselmeer
nodig is.
Nog een dijk
Tussen Enkhuizen en Lelystad bevindt
zich nog een tweede dijk. Deze scheidt het
IJsselmeer van het Markermeer. Ook hier
bevinden zich aan beide uiteinden sluizen.
Bij Lelystad zijn dat de Houtribsluizen en
bij Enkhuizen de Krabbergatsluizen. Een
weg vormt de verbinding tussen de provincies
Noord-Holland en Flevoland. Flevoland
heeft de watersporter verschillende
moderne en grote jachthavens te bieden
die niets meer te wensen over laten. Deze
zijn vooral te vinden in de buurt van
Lelystad en Almere.
Schilderachtige steden en dorpjes
In schel contrast met de moderne
jachthavens en de futuristische steden
in de provincie Flevoland staan de
vaak pittoreske en lieflijke dorpjes en
steden in Friesland en Noord-Holland.
In Friesland zijn dit met name Makkum, Workum, Hindeloopen, Stavoren en
Lemmer. Deze plaatsjes zijn zeer uitnodigend
en bieden voor de watersporters
uitstekende faciliteiten. Voorheen
waren de handel, visserij en scheepvaart
belangrijke bronnen van inkomsten.
Prachtige burgerhuizen die met
veel liefde zijn gerestaureerd, resten nog uit lang vervlogen dagen. Ook in
Noord-Holland zijn dergelijke huizen te
vinden, hoewel de nog bewaard gebleven
bouwwerken uit de 17e en 18e eeuw
nog veel meer rijkdom doen vermoeden.
In Medemblik, Enkhuizen, Hoorn of
Monnikendam kan men zich er heel
goed een voorstelling van maken, hoeveel
bedrijvigheid er in de straten en op
de pleinen ooit moet zijn geweest.
Koopmanshuizen, waaggebouwen,
historische restaurants en opslagplaatsen
vormen de coulissen bij een wandeling door de afgelopen eeuwen. Op vele
plaatsen kan men met de boot in het
'verleden' aanleggen. En toch vindt men
overal moderne en hedendaagse faciliteiten
ten behoeve van de gehele watersport.
Het IJsselmeer en het Markermeer
zijn daarom beslist geweldige
gebieden voor schippers, die het zeilen
willen combineren met cultuur en
geschiedenis.
Het waddengebied
Het waddengebied (de Waddenzee) is een
vaargebied waarbij eveneens een goede
kennis van het gebied is vereist.
Afhankelijk van het boottype is het ook
mogelijk om op het wad "droog te vallen". Men moet zich er echter wel van bewust
zijn dat deze wateren een uniek natuurpark
vormen, met een beschermde flora
en fauna die zo'n bescherming beslist
meer dan waard is. Zeldzame watervogels
en talrijke zeehonden vinden hier hun
thuis. Ze mogen niet worden gestoord en
hun leefgebied - meestal zandbanken die
voor de waddeneilanden liggen - is voor
mensen verboden gebied. Kijken door een
verrekijker is natuurlijk altijd toegestaan.
De eilanden
Het Nederlandse wad wordt als een gordel
door de vijf eilanden beschermd, te
weten Schiermonnikoog, Ameland,
Terschelling, Vlieland en Texel. In het
hoogseizoen en bij mooie zonnige weekenden
is er in de havens van deze
eilanden veel bedrijvigheid, waar mensen
die op zoek zijn naar rust wel rekening
mee moeten houden. Boten zijn
dan verplicht om dicht op elkaar te gaan
liggen. Toch is het aan te raden een of
meer van de eilanden te bezoeken,
omdat er veel bezienswaardigheden zijn
en de eilandbewoners hun gasten altijd
vriendelijk en gastvrij ontvangen. Het
meest bekende bouwwerk van de eilanden
bevindt zich op het eiland Terschelling. Het is de 'Brandaris', een
vuurtoren die in Nederland net zo
bekend is als de Eiffeltoren in Parijs.
De Noordzee
Wie het aandurft de Noordzee op te gaan,
moet beslist een zeer ervaren schipper
zijn en dat ook aan kunnen tonen. De verhuurders
hebben het recht en de plicht
hiervoor de nodige bewijzen te vragen.
Wie die ervaring bezit, kan met een charterjacht
eindeloze tochten maken. |